15 December 2025

De Knobbelspons, Mycale (Aegogropila) contarenii, nieuw voor Nederland

Fig. 1. Mycale contarenii oogt vrij massief met grote kegelvormige lobben met daarop kleine knobbels.

Het volgende artikel heb ik samen met Mikkel Suijker gepubliceerd in Het Zeepaard (2025/4), tijdschrift van de Strandwerkgemeenschap. 



Eind 2024 is voor het eerst in Nederland de spons Mycale (Aegogropila) contarenii (Lieberkühn, 1859) gevonden. Hoewel de verschijningsvorm afwijkt van andere in ons land voorkomende sponzensoorten, bleek uitgebreid microscopisch onderzoek naar de sponsnaaldjes (spicula) noodzakelijk om de soort met zekerheid op naam te brengen. Wij stellen als Nederlandse naam de Knobbelspons voor. 


Vondst

Tijdens een duik bij de duiklocatie Plompe Toren (Oosterschelde) in november 2024 was ik op zoek naar Roze slijmspons, Myxilla (Myxilla) rosacea, een soort die bekend is van deze locatie. Ik kwam rond 16 meter diep (bij laag water) een tiental sponzen tegen met een duidelijk andere verschijningsvorm dan die ik ken. 

De exemplaren waren tussen de 10 en 30 cm groot en oogden vrij massief. Ze vormden grote kegelvormige lobben (fig. 1) of langgerekte uitsteeksels (fig. 2), dan wel een combinatie daarvan (fig. 3). Hierop zaten kleine knobbels, waaraan we de Nederlandse naam ontlenen: Knobbelspons.

Na het fotograferen verzamelde ik een monster. Boven water bleek ook duikgenoot Mikkel Suijker de soort niet te kennen en hij nam een deel van het monster mee voor spicula-onderzoek. Spicula zijn microscopisch kleine, harde naaldjes van kalk of kiezel die een ondersteunende of beschermende functie hebben in sponzen. De afgelopen jaren is geregeld gebleken dat sponzen - afgezien van DNA-onderzoek - eigenlijk alleen met zekerheid op naam gebracht kunnen worden door naar de spicula te kijken. Zo bleken bijvoorbeeld de meeste sponzen die we jarenlang Gele of Ruwe aderspons of Grijze korstspons, Mycale (Carmia) micracanthoxea noemden, na bestudering van de spicula de Piekjesspons, Hymeniacidon perlevis te zijn. Piekjesspons bleek twee zeer verschillende verschijningsvormen te hebben (Bennema et al., 2020). Ook soorten als Gewone broodspons, Halichondria panicea (Turner et al., 2024; Otten, 2025) en Paarse buisjesspons, Haliclona (Soestella) xena (Otten, 2025) hebben zeer verschillende verschijningsvormen. Dat betekent niet dat de vorm geen rol speelt, want alleen daaraan kun je in het veld zien dat het misschien om een andere soort gaat.

Fig. 2. Mycale contarenii kan i.p.v. kegelvormige lobben ook langgerekte uitsteeksels hebben.

Onderzoek

Bij zijn onderzoek zag Mikkel een licht roze tot vuil bruin-witte, grof gerimpelde spons met een grove rafelige binnenstructuur. Wat hem ook meteen opviel, was dat het geen slijm afgaf, een belangrijk kenmerk van - niet voor niets – de Roze slijmspons. Bij het bekijken van de microscopisch kleine spicula kwam hij al snel tot een hele andere conclusie, namelijk dat het onmiskenbaar ging om een Mycale-soort. Aan de hand van mijn foto's, de spicula-monsters en het spons naslagwerk Sponge V (Ackers et al., 1992) kwam Mikkel tot de conclusie dat we een nieuwe Mycale-soort in onze wateren hebben: Mycale (Aegogropila) contarenii

Fig. 3.  Mycale contarenii met kegelvormige lobben, langgerekte uitsteeksels en kleine knobbels.

Spicula

Op de figuren 4, 5 en 6 zijn de kenmerkende spicula van M. contarenii te zien. Een ander belangrijk kenmerk van deze soort is juist het ontbreken van zogenaamde micracanthoxea: spicula van 5-8 μm! Die komen wel voor bij de al genoemde Mycale (Carmia) micracanthoxea (vandaar diens soortnaam).

Voor het onderzoek naar die micracanthoxea heb je een elektronenmicroscoop nodig. Toen Mikkel daarover de beschikking had, kon hij geen micracanthoxea vinden in het monster. Hoewel je zoiets kleins als deze spicula makkelijk over het hoofd kan zien, waren er wel fragmenten van diatomeeën zichtbaar op de beelden, objecten die zelfs kleiner zijn dan deze speciale spicula.

Fig. 4.  Spicula met subtylostylen (gedeelten van naaldvormige staven met aan één zijde een stompe knop en aan de andere kant puntig), sigma's (C-vormig met puntige einden) en anisochela (niet-symmetrische ankertjes, dus één zijde groter dan de andere).


Nieuwe soort voor Nederland

Om het monster nog eens te checken op de afwezigheid van de micracanthoxea en voor een bevestiging van de identificatie, hebben wij het monster en onze bevindingen gestuurd naar de professionals Nicole J. de Voogd (Senior researcher bij Naturalis Biodiversity Center en Bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Leiden) en Rob van Soest (gastonderzoeker bij Naturalis Biodiversity Center).

Mikkel’s determinatie werd door hen bevestigd. Er werden geen micracanthoxea gevonden. Zij haalden ook aan dat van M. micracanthoxea tot nu geen dikke groeivormen bekend zijn, zoals te zien zijn op de figuren 1, 2 en 3, terwijl dat wel geldt voor M. contarenii

 

Voor de specialisten lieten zij verder weten: “Twee dingen kloppen niet helemaal: het huidskelet is niet duidelijk Aegogropila-achtig (maar dat kan liggen aan de wijze waarop de section is gemaakt) en er zitten geen kleine sigma’s. Dit laatste is wel eerder geconstateerd, o.a. door Picton, dus het kan variabiliteit zijn. Verder kunnen we er wel zeker van zijn, dat het geen M. micracanthoxea is met die grote massa. Het kan ook geen Mycale macilenta zijn, want die heeft grotere sigma’s (tot 90 μm) en toxa’s (tot 200 μm) en het skelet is ‘plumose’, niet ‘plumoreticulate’ zoals jouw spons.” Zie de figuren 4 t/m 6 van de spicula voor verdere referentie.


Fig. 5. Anisochela- en sigma-spicula sterker vergroot.

Overigens heeft Mikkel geen zoete geur kunnen vaststellen, een kenmerk van M. contarenii genoemd in Sponge V. Bij de duik waren de omstandigheden er niet naar (koud, regenachtig en winderig).

In de literatuur kom je Mycale contareni (toen met één i) al eerder tegen als nieuwe soort voor Nederland, maar dat bleek achteraf Mycale (Carmia) micracanthoxea te zijn, een toen nog onbekende soort (Buizer & Van Soest, 1977).

Klik hier voor meer foto’s op mijn website. 

Biotoop en verspreidingsgebied

Deze spons leeft - volgens DORIS en Sponge V, (Ackers, 1992-2007) - op rotsachtige bodems en bedekt stenen, tweekleppige schelpen (o.a. de Bonte mantel, Mimachlamys varia), sessiele holtedieren en de stelen van zeewieren. Ze zijn aangetroffen van de onderste laag van het getijdengebied tot 37 m diepte. Het dier geeft de voorkeur aan beschutte plaatsen waar de stroming niet te sterk is. Duiklocatie Plompe Toren is wat dat laatste betreft niet typisch, want het is juist één van de duikplekken in de Oosterschelde met een behoorlijk harde stroming. 

Het verspreidingsgebied van M. contarenii loopt volgens het World Register of Marine Species (WoRMS) van de Britse eilanden tot aan de Golf van Guinee, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. 

De eerste vondst van de Knobbelspons bij de Plompe Toren is - voorzover ons bekend - ook de laatste geweest; wij hebben de soort daar bij latere duiken niet teruggevonden. We zijn benieuwd of wij of andere duikers de spons in de Oosterschelde (terug)vinden. 

Fig. 6. Toxa-spicula (omegavormige naaldjes met punten aan uiteinden).

Dank

Wij bedanken Nicole de Voogd en Rob van Soest voor het nadere onderzoek naar de spicula en de vaststelling van de soort. Jaap Nijsse van Consistence Microstructure Research Laboratory danken wij voor het beschikbaar stellen van een electronenmicroscoop voor het nadere onderzoek en de prachtige foto’s die we hiermee hebben kunnen maken. Brendan Oonk en Floris Bennema bedanken wij voor hun prima commentaar op dit artikel. 

Literatuur & websites

  • Ackers, R.G., D. Moss & B.E. Picton, 1992. Sponges of the British Isles (‘Sponge V’). A Colour Guide and Working Document: 1-175. 1992 Edition reset with modifications, 2007. Marine Conservation Society, United Kingdom. Klik hier voor een PDF en voor de website.
  • Bennema, F., M. Suijker & M. Otten, 2020. De vormenrijkdom en opmars van de ‘bleke’ piekjesspons Hymeniacidon perlevisHet Zeepaard 80(5): 210-216.
  • Buizer, D.A.G. & R.W.M. van Soest, 1977. Mycale micracanthoxea nov. spec. (Porifera, Poecilosclerida) from the Netherlands. Netherlands Journal of Sea Research 11 (3/4): 297-304.
  • DORIS (Données d'Observations pour la Reconnaissance et l'Identification de la faune et la flore Subaquatiques). Klik hier voor de website.
  • Otten, M., 2025. Mick’s Marine Life, Halichondria panicea - Breadcumb sponge - Broodspons. Klik hier voor de website. 
  • Otten, M., 2025. Mick’s Marine Life, Haliclona xena - Paarse buisjesspons. Klik hier voor de website. 
  • Turner, T.L., C. Morrow, B. Picton, C. Goodwin, W. Robert & R.W. Thacker, 2024. A common garden of Halichondria sponges: taxonomic revision of Northeast Pacific Halichondriidae reveals many cryptic introduced species. bioRxiv. Klik hier voor een PDF. 

No comments: