1 May 2018

Bijzondere vondsten bij donkerduiken op een zandbodem - Extraordinary observations at darkdives on sandy bottom



Dit blogbericht is gebaseerd op een artikel in Onderwatersport (mei 2018), het magazine van de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB). De tekst is aangevuld met o.a. een erratum met uitgebreide informatie over Sepiola. Daarnaast bevat dit bericht bevat meer foto's met een uitgebreide beschrijving.

Extarordinary observations at darkdives on sandy bottom


This is a post in Dutch. It is a transcript of an article I wrote for Onderwatersport (2018, no. 2). Onderwatersport is a magazine of the Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB): the Dutch Diving Federation. I describe several peculiar species I found while diving at dark in the Adriatic Sea.
You can have a look at the photo's; I have listed names in English - if available - beneath the photo's as (EN:..). And of course you can use Google translator (do not be surprised by its translation).


fig. 1a  Zuid-Europese grote spinkrab, Maja squinado (EN: Mediterranean spider crab). Triëst, Italië, 6-9-2016.

Bijzondere vondsten bij donkerduiken op een zandbodem


Waar andere duikers per sé een Walvishaai, Zeepaardje en Blauwring-octopus in hun leven gezien willen hebben, ben ik wat bescheidener. Ik snuffel al zo’n 40 jaar in allerlei boeken over zeebiologie en kom zo soorten tegen die ik graag eens duikend tegenkom. Mijn grote liefde gaat daarbij uit naar kleiner spul als zeeanemonen en tienpotigen als krabben en kreeften. Daarvoor hoef je ook niet in de meest betoverende onderwaterlandschappen te duiken. Een zandbodem met verspreid wat hardere ondergrond in de vorm van stenen of oesterbankjes kan al voldoen. Ik hou wel van zulke onderwaterlandschappen: ze zijn lekker overzichtelijk want er is niet zoveel afleiding. En als ik dan toch mag kiezen, dan duik ik er graag in het donker. In duikverslagen valt soms het begrip ‘muck diving’ voor dergelijke plekken. Ik vind dat nogal een negatieve benaming, want muck staat onder meer voor vuil, puin en drab. Het kan juist hele bijzondere vondsten opleveren, zoals ik bij meerdere donkerduiken heb ervaren in Triëst (Italië) aan de Adriatische Zee.

Mocht je nog nooit in het donker hebben gedoken, dan weet je misschien niet dat veel zeedieren juist dan actief zijn. Met name tienpotigen als krabben, kreeften, garnalen e.d. worden pas actief als het donker wordt. Verder zijn er zeeanemonen die vooral in het donker echt mooi uit gaan staan; sommige soorten laten zich overdag zelfs niet zien. Vissen – een paar uitzonderingen daargelaten – zijn niet actief in het donker en kun je daardoor vaak van dichtbij observeren en fotograferen.

fig. 1b  Twee mannetjes Zuid-Europese grote spinkrab, Maja squinado (EN: Mediterranean spider crab) in gevecht.
Triëst, Italië, 4-9-2016.

In het donker duiken is op zich al bijzonder: heb je als duiker overdag al tunnelvisie, ’s avonds zie je echt alleen dat waar je met jouw lamp op schijnt. Dat maakt het spannend, want je weet niet wat er opeens op jouw pad komt. Op mijn eerste donkerduik in Triëst komt een Zuid-Europese grote spinkrab, Maja squinado (EN: Mediterranean spider crab)(fig. 1a-b) over het zand aangewandeld met in zijn kielzog twee kleine Gewone zeekatten, Sepia officinalis (EN: Common cuttlefish)(fig. 5a-g). Ik ben te laat om ze gezamenlijk te fotograferen, maar de Spinkrab krijg ik mooi in beeld (fig. 1a). Die heeft overigens niet in de gaten dat mijn onderwaterhuis op zijn pad ligt en knalt zo tegen de - gelukkig glazen - poort van het huis aan. Hij heeft er ook geen last van. Ik denk eerst: wat doen die Zeekatjes bij die voor hen veel te grote krab? Tot ik me bedenk dat de krab het nodige bodemleven opwarrelt en dat levert de Zeekatjes waarschijnlijk wat 'instant food' op.

Even een stap terug: ik ga op zo’n nieuwe plek graag eerst overdag duiken. Om het landschap te verkennen (ook voor de veiligheid) en om een eerste indruk te krijgen van wat er te vinden is. Als ik bij Triëst het water in stap (een bergwand met trappen), bestaat het onderwaterlandschap uit rotsen met deels losliggende stenen. Op, onder en bij die rotsen en losse stenen is al heel veel te zien en te fotograferen, maar dat sla ik in dit verhaal even over. Na 12 meter zwemmen zijn de rotsen verdwenen en bestaat de bodem uit zand met verspreid nog wat stenen.

fig. 2a  Veld van Grote steekmossels, Pinna nobilis (EN: Fan mussel). Triëst, Italië, 4-9-2017.

Ook is er een veld van Grote steekmossels, Pinna nobilis (EN: Fan mussel)(fig. 2a-f), een tweekleppige schelp die hier los in de zandbodem staat. Vroeger was het een algemene soort, maar tegenwoordig zijn ze zeldzaam en beschermd.

fig. 2b  De Grote steekmossels, Pinna nobilis (EN: Fan mussel) zijn zwaar begroeid met zeewieren, sponzen en zakpijpen. Daar tussen huizen weer allerlei slakjes. Triëst, Italië, 4-9-2017.

fig. 2c  Juveniel exemplaar van de Grote steekmossel, Pinna nobilis (EN: Fan mussel) waarop de schubvormige uitsteeksels goed zichtbaar zijn. Bij oudere exemplaren zijn die doorgaans verdwenen. Triëst, Italië, 8-9-2016.

fig. 2d  Detailopname van een juveniel exemplaar van de Grote steekmossel, Pinna nobilis (EN: Fan mussel). Duidelijk is te zien dat de schelpwanden nog niet erg dik zijn; de bovenkant is dan ook erg breekbaar. Triëst, Italië, 4-9-2016.

Ik vond een paar exemplaren die waren omgevallen (of omgetrokken door een uitgegooid anker?) en ik kon het niet laten om deze imposante schelp weer wat stevig in het zand recht te zetten. Of dat nuttig was is achteraf de vraag: ze blijken zich in het zand aan iets stevigs vast te hechten als anker.

fig. 2e  Bovenzijde van een volwassen Grote steekmossel, Pinna nobilis (EN: Fan mussel) waarop de spier en de mantelrand te zien is. De schubvormige uitsteeksels zijn verdwenen. Triëst, Italië, 6-9-2016.

fig. 2f  Detailopname van de Grote steekmossel, Pinna nobilis (EN: Fan mussel) waarop de spier (links) en de kieuwen (rechts) te zien zijn. Triëst, Italië, 6-9-2016.

De meeste exemplaren zijn zo'n 40 tot 50 cm lang en ze vormen - mede door gebrek aan ander vast substraat - een uitstekende ondergrond voor veel dieren. Het is een wereld op zich met sponzen, zakpijpen, zeewieren, mosdiertjes en veel kokerwormen.


fig. 3a  Spiraalkokerworm, Sabella spallanzanii (EN: Mediterranean fan worm). Triëst, Italië, 3-9-2017.

Onder andere de Spiraalkokerworm, Sabella spallanzanii (EN: Mediterranean fan worm)(fig. 3a-e), maakt graag gebruik van Grote steekmossels als substraat. Het is een spectaculair mooie worm met een tentakelkrans met een diameter tot 15 cm.

fig. 3b  Spiraalkokerworm, Sabella spallanzanii (EN: Mediterranean fan worm). Triëst, Italië, 4-9-2017.

fig. 3c  Spiraalkokerworm, Sabella spallanzanii (EN: Mediterranean fan worm). Triëst, Italië, 4-9-2017.

fig. 3d  Spiraalkokerworm, Sabella spallanzanii (EN: Mediterranean fan worm). Triëst, Italië, 4-9-2017.

fig. 3e  Spiraalkokerworm, Sabella spallanzanii (EN: Mediterranean fan worm). Selce, Kroatië, 16-9-2016.

Deze worm die oorspronkelijk alleen van de Middellandse Zee bekend was, is zich over de halve wereld aan het verspreiden en zou je in de toekomst zelfs in Nederlands water kunnen gaan tegenkomen.

fig. 4  In het donker komen honderden aasgarnalen, Mysis species (EN: Opossum shrimps species) af op mijn licht. Links op de achtergrond een Gewone zeekat, Sepia officinalis (EN: Common cuttlefish). Triëst, Italië, 6-9-2016.

Ik ben weer terug bij mijn eerste donkerduik hier. Ik zie heel veel aasgarnaaltje, Mysis species (fig. 4). Teveel: als ik wat wil fotograferen, komen er tientallen op het licht van mijn navigatielamp af. Jammer als je net een bijzondere krab of worm in beeld hebt en er allerlei schimmetjes op de foto komen. Als ik weer wat kleine Gewone zeekatten, Sepia officinalis (EN: Common cuttlefish)(fig. 5a-g) tegenkom en daar wat close-ups van maak, zie ik dat zij die overvloed aan aasgarnalen prima vinden.

fig. 5a  Deels ingegraven Gewone zeekat, Sepia officinalis (EN: Common cuttlefish). Triëst, Italië, 6-9-2016.

Want steeds komen er twee vangtentakels tussen de armen van de Zeekatjes vandaan om een aasgarnaaltje te grijpen (fig. 5d-g). Van de nood heb ik maar een deugd gemaakt en ben ik foto’s gaan maken van Zeekatjes in actie. Na verloop van tijd ga ik de houding herkennen die de Zeekatjes aannemen, vlak vóór de vangtentakels als een catapult tevoorschijn schieten. Maar ook dan kost het nog veel foto’s voor ik de vangtentakels goed in beeld heb.

fig. 5b  Het zijn allemaal juveniele Gewone zeekatten, Sepia officinalis (EN: Common cuttlefish) van 3 tot 5 cm lang. Triëst, Italië, 6-9-2016.

Wat ik aan Zeekatten tegenkom, is allemaal klein spul van 3 tot 5 cm. Volwassen exemplaren - de mannetjes worden een stuk groter dan de vrouwtjes - kunnen 50 cm lang worden.

fig. 5c  Gewone zeekat, Sepia officinalis (EN: Common cuttlefish). Kleur, tekening en structuur van de huid kan het dier razendsnel veranderen. Triëst, Italië, 6-9-2016.

fig. 5d  Gewone zeekat, Sepia officinalis (EN: Common cuttlefish) schiet zijn vangarmen naar voren. Triëst, Italië, 6-9-2016.

fig. 5e  Het lijkt één arm te zijn die de Gewone zeekat, Sepia officinalis (EN: Common cuttlefish) naar voren schiet. Triëst, Italië, 6-9-2016.

fig. 5f  Opnieuw schieten de vangtentakels van de Gewone zeekat, Sepia officinalis (EN: Common cuttlefish) naar voren om prooi te vangen. De andere tentakels spreidt hij om de prooi over te nemen. Triëst, Italië, 6-9-2016.

fig. 5g  De zuignappen zijn zichtbaar op de vangtentakels van de Gewone zeekat, Sepia officinalis (EN: Common cuttlefish). Triëst, Italië, 6-9-2016.

Overdag ben ik een vervelling tegengekomen van de Walnootkrab, Ilia nucleus (EN: Nut crab)(fig. 6a-d), een soort die ik graag eens in levende lijve zou zien. Prompt zie ik er die avond één rondkruipen op die vreemde spillepoten. Wat is het nut van zulke dunne schaar- en looppoten? Het lijkt mij alleen maar erg kwetsbaar! Graaft het dier zich zo makkelijker in? Zijn die schaarpoten met die dunne vingers handiger om een bepaalde prooi te vangen? Ik snap in ieder geval dat het dier zich overdag ingraaft, want hoe kwetsbaar kun je zijn?


fig. 6a  De Walnootkrab, Ilia nucleus (EN: Nut crab) met zijn dunne pootjes. Triëst, Italië, 7-9-2016.


fig. 6b  Walnootkrab, Ilia nucleus (EN: Nut crab). Triëst, Italië, 7-9-2016.

fig. 6c  De Walnootkrab, Ilia nucleus (EN: Nut crab) spreidt - net als de meeste soorten krabben - zijn schaarpoten als hij wordt bedreigd. Triëst, Italië, 7-9-2016.

Het rugschild van dit exemplaar was zo'n 2 cm breed. 

fig. 6d  De Walnootkrab, Ilia nucleus (EN: Nut crab) houdt niet van licht en graaft zich al snel in. Tussen de eerste en laatste foto zitten 32 seconden. Triëst, Italië, 7-9-2016.

Hiet dier houdt duidelijk niet van licht en wordt zenuwachtig: het spreidt zijn schaarpoten naar mij, loopt zijwaarts uit mijn buurt en gaat zich al snel ingraven.

fig. 7a  Langarmkrab, Derilambrus angulifrons (EN: Long-armed crab). Triëst, Italië, 2016.

Nog zo’n aparte verschijning die ik alleen in het donker tegenkom: een krab met onwaarschijnlijk lange en stevige schaarpoten en een toepasselijke Nederlandse naam: de Langarmkrab, Derilambrus angulifrons (EN: Long-armed crab)(fig. 7a-g).

fig. 7b  Langarmkrab, Derilambrus angulifrons (EN: Long-armed crab). Triëst, Italië, 2016.

Hoewel imposant met die grote scharen is het rugschild van de krab niet breder dan 25 mm.

fig. 7c  De Langarmkrab, Derilambrus angulifrons (EN: Long-armed crab) voelt zich bedreigd en spreidt zijn schaarpoten. Triëst, Italië, 2016.

Als hij zich bedreigd voelt, spreidt hij zijn schaarpoten en zie je dat die aan de binnenzijde mooi paars gekleurd zijn (fig. 7c-d). Ook bij dit dier vraag ik mij af waarvoor die lange schaarpoten en die kleur dienen. Om indruk te maken op vrouwtjes, om die goed te kunnen beschermen (fig. 7e-f) of om ze - net als de in Nederland voorkomende Helmkrab, Corystes cassivelaunus (EN: Masked crab) doet - mee te dragen tijdens de paartijd?

fig. 7d  Langarmkrab, Derilambrus angulifrons (EN: Long-armed crab). Triëst, Italië, 2016.

fig. 7e  Het mannetje Langarmkrab, Derilambrus angulifrons (EN: Long-armed crab) beschermt een vrouwtje met zijn grote schaarpoten. Triëst, Italië, 2016.

fig. 7f  In detail: het mannetje Langarmkrab, Derilambrus angulifrons (EN: Long-armed crab) beschermt een vrouwtje met zijn grote schaarpoten. Triëst, Italië, 2016.

fig. 7g  Probeer maar eens in evenwicht te blijven als je een van die grote schaarpoten mist. Langarmkrab, Derilambrus angulifrons (EN: Long-armed crab). Triëst, Italië, 2016.

Ik zie een vis die zich twee meter verderop ingraaft. Als ik hem fotografeer, blijft hij eerst voor dood liggen (fig. 8a-e); het is duidelijk geen platvis.

fig. 8a  Juveniele Roze zeebrasem, Pagellus erythrinus (EN: Common pandora). Triëst, Italië, 8-9-2016.

fig. 8b  Juveniele Roze zeebrasem, Pagellus erythrinus (EN: Common pandora). Triëst, Italië, 8-9-2016.

fig. 8c  Juveniele Roze zeebrasem, Pagellus erythrinus (EN: Common pandora). Triëst, Italië, 8-9-2016.

Na enige tijd komt hij tevoorschijn. Het blijkt een jonge Roze zeebrasem, Pagellus erythrinus (EN: Common pandora)(fig. 8a-e) te zijn. Een opmerkelijke overlevingsstrategie, want het is bepaald geen type vis waarvan ik verwacht dat hij zich ingraaft: één van zijn ogen ligt naar beneden in het zand en vissen met schubben - zoals dit dier - graven zich doorgaans niet in omdat die makkelijk beschadigd raken.

fig. 8d  Juveniele Roze zeebrasem, Pagellus erythrinus (EN: Common pandora). Triëst, Italië, 8-9-2016.

Het is een jong exemplaar. Volwassen dieren kunnen 30-40 cm groot worden met een uitschieter naar 60 cm.

fig. 8e  Volwassen mannetje Roze zeebrasem, Pagellus erythrinus (EN: Common pandora). Puerto del Carmen, Lanzarote, 28-2-2016.

Op één van de duiken word ik verwend met een vreemde, zeer grote garnaal van zo'n 20 cm lang, die net aan het vervellen is (dus uit zijn pantser kruipt om te kunnen groeien). Het is Melicertus kerathurus, een soort Tijgergarnaal (EN: Caramote prawn)(fig. 9a-i).

fig. 9a  Melicertus kerathurus, een soort Tijgergarnaal (EN: Caramote prawn) probeert direct na de vervelling wat te zwemmen om zijn poten en antennes 'los te krijgen'. Triëst, Italië, 5-9-2017.

Hij maakt klappende bewegingen met zijn staart om uit het staartstuk van zijn oude pantser te komen. Als hij daar uit is, staat hij - alsof hij dronken is - een beetje op zijn poten te waggelen. Zijn grote antennes en wat poten zitten nog een beetje tegen zijn lijf geplakt, dus probeert hij wat te zwemmen, om vervolgens tegen de bodem te knallen. Daarna heb ik hem maar met rust gelaten.

fig. 9b  Melicertus kerathurus (EN: Caramote prawn), Triëst, Italië, 5-9-2017.

Wat later zie ik weer zo’n Tijgergarnaal. Hij blijkt zeer grote ogen te hebben en een fantastisch mooi gekleurde waaierstaart (fig. 9g). Ook dit zijn duidelijk nachtdieren: als mijn licht er op valt, gaat hij zich meteen ingraven. Opvallend zijn de in verhouding kleine schaarpootjes (fig. 9b).


fig. 9c  Melicertus kerathurus (EN: Caramote prawn) ingegraven in het zand. Net als de eerder genoemde krabben is het een typisch nachtdier. Triëst, Italië, 5-9-2017.

fig. 9d  Tussen de ogen van Melicertus kerathurus (EN: Caramote prawn) zie je een rand met tanden (rostrum), die hem wat bescherming kan bieden tegen vissen die hem als prooidier zien. Triëst, Italië, 5-9-2017.

fig. 9e  Detailopname van een oog van Melicertus kerathurus (EN: Caramote prawn). Triëst, Italië, 5-9-2017.

fig. 9f  Melicertus kerathurus (EN: Caramote prawn). Triëst, Italië, 5-9-2017.

fig. 9g  Melicertus kerathurus (EN: Caramote prawn) heeft een prachtig gekleurde waaierstaart. Triëst, Italië, 7-9-2017.

fig. 9h  Vervelling van Melicertus kerathurus (EN: Caramote prawn) van hetzelfde exemplaar dat is te zien op fig. 9a. Triëst, Italië, 5-9-2017.

De vervelling blijft achter op het zand (fig. 9h-i). Het blijft een wonder hoe het dier er in slaagt uit zijn oude pantser te komen. Het is minimaal één dag zeer kwetsbaar doordat het pantser moet uitharden door calcium uit het water op te nemen.

fig. 9i  Nagenoeg alle harde lichaamsdelen van Melicertus kerathurus (EN: Caramote prawn) worden achtergelaten en vervangen door een nieuw pantser. Triëst, Italië, 5-9-2017.

Om nog een laatste dier te noemen dat je makkelijker met een donkerduik tegenkomt: de Kleine zeekat, Sepiola rondeletii* (EN: Dwarf bobtail) (fig. 10a-h). Het dier is zo op het oog niet van onze autochtone Dwerginktvis, Sepiola atlantica (EN: Little cuttlefish), te onderscheiden.


fig. 10a  Soort Kleine zeekat, Sepiola species (EN: Dwarf bobtail-species). Triëst, Italië, 7-9-2017.

_______________________________________________________________________________

* Erratum: Sepiola rondeletii = Sepiola species

Toen ik aan de hand van het artikel dit blogbericht samenstelde (Onderwatersport lag inmiddels bij de drukker) en ging uitzoeken wat de verschillen zijn tussen Sepiola rondeletii en atlantica, liep ik tegen wat tegenstrijdigheden aan. Oorspronkeijk dacht ik dat het verspreidingsgebied van beide soorten elkaar niet overlapte: de eerstgenoemde soort in de Middellandse Zee, de tweede soort daar buiten. Maar op basis van een verspreidingskaartje in WoRMS zou S. rondeletii zelfs in de Noordzee gevonden worden. Daarbij blijken er minimaal 11(!) vergelijkbare soorten in het gebied van de Middellandse Zee t/m de NW-Europese wateren voor te komen (Bello, 2013). Ik vroeg mij vervolgens af of de aan de Nederlandse kust gevonden soort dan wel altijd de Dwerginktvis, S. atlantica is.

Jeroen Goud, conservator mollusken van  Naturalis Biodiversity Center, reageerde op mijn vraag op Facebook met onder meer het volgende interessante nieuws:

"De herkenbaarheid van Sepiolidae onder water zal altijd moeilijk blijven. Meest gebruikte determinatiekenmerken zijn bij mannetjes de voortplantingsarm (hectocotylus) en bij wijfjes de vorm van de bursa (red.: buidel waarin de zaadcellen van de mannetjes worden opgenomen). Daar heb je alleen wat aan als je onderzoek kunt doen aan dieren die je door omstandigheden dood of geconserveerd op alcohol in handen krijgt. En dan moeten het ook nog volwassen beestjes zijn met ontwikkelde geslachtskenmerken.

In onze kustwateren komt tot op 45 meter diepte alleen Sepiola atlantica voor. Deze kan je herkennen door de grootte (wel 1 à 2 mm) van de wijnkleurige vlekken afgewisseld met oranje-gele vlekken op de kop en armen (red.: zie voor foto's van deze soort het bericht van 27-8-2012). Dat zijn kleurzakjes (chromatoforen) die door samentrekking het kleurpatroon een wisselend aanzien kunnen geven. Verwante soorten in onze diepere wateren (zoals S. tridens en S. pfefferi) hebben die niet of niet zo groot. 

Het zijn ware kleur-camouflage kunstenaars en ze hebben bovendien een zeer flexibel lijf. Ze zien er onder water heel anders uit dan wanneer je ze vers dood in handen krijgt. Bij dieren op alcohol zijn de verschillen nog groter. Bovendien is de diversiteit in patronen zo groot dat je pas na het bestuderen van vele dieren er iets over kunt zeggen. Door de plasticiteit van de kenmerken laten die zich dan weer erg lastig beschrijven.

Sepiola rondeletii-meldingen van de Atlantische kusten berusten op foutieve determinaties (zie Groenenberg et al, 2009). Onlangs hebben Ate de Heij en ik nieuwe verspreidingskaarten gepubliceerd voor de Sepiolidae uit het Noordoost Atlantische gebied (Noordzee tot Noord-Spanje) op basis van ons onderzoek tussen 2005 en 2015 (De Heij et al, 2017).

In de Middellandse Zee wordt het weer wat lastiger. De aan S. rondeletii verwante soorten (met vergelijkbare vlekken) die daar in ondiep water (< 50 m) voorkomen, zijn S. intermedia, S. robusta en S. steenstrupiana. Sepietta oweniana is wel heel algemeen in de Middellandse zee, maar die komt nauwelijks in het ondiepe kustwater voor. S. rondeletii schijnt in de Middellandse zee in zeegrasvelden te leven."

Conclusie: Er kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat de door mij bij Triëst gefotografeerde inktvisjes Sepiola rondeletii zijn, dus het wordt een soort Kleine zeekat, Sepiola species. Ik durf aansluitend te stellen dat het merendeel van de op internet circulerende foto’s van Sepiola rondeletii ook beter voorzien kunnen worden van de wetenschappelijke naam Sepiola species.
_______________________________________________________________________________

fig. 10b  Overdag ligt de Kleine zeekat, Sepiola species (EN: Dwarf bobtail-species) vaak ingegraven in het zand en is dan haast niet te vinden. Triëst, Italië, 5-9-2017.

fig. 10c  Maar met wat kleine aanwijzingen vind je hem wel op de foto. Soort Kleine zeekat, Sepiola species (EN: Dwarf bobtail-species). Triëst, Italië, 5-9-2017.

fig. 10d  Vanuit deze hoek is het inktvisje wat makkelijker te vinden in het zand. Soort Kleine zeekat, Sepiola species (EN: Dwarf bobtail-species). Triëst, Italië, 5-9-2017.


fig. 10e  Heeft het dier in de gaten dat hij wordt gezien, dan komt hij soms uit het zand om weg te zwemmen. Soort Kleine zeekat, Sepiola species (EN: Dwarf bobtail-species). Triëst, Italië, 5-9-2017.


fig. 10f  Typische houding van het inktvisje: op en neer hupsend in het water op zoek naar prooi. Soort Kleine zeekat, Sepiola species (EN: Dwarf bobtail-species). Triëst, Italië, 5-9-2017.

In het donker zie je ze schuin naar beneden hangend rondzwemmen - eigenlijk meer op en neer hupsen (fig. 10f) - op zoek naar prooi.


fig. 10g  In een seconde kan het dier verkleuren naar donker roodbruin. Soort Kleine zeekat, Sepiola species (EN: Dwarf bobtail-species). Triëst, Italië, 5-9-2017.

Als het diertje zich bedreigd voelt, verkleurt het meteen naar donker roodbruin (fig. 10f-g). Ook strekt het dan zijn armen naar buiten om zich groot te maken (fig. 10h). Op dat formaat, ze zijn vaak maar een paar cm lang, natuurlijk niet erg indrukwekkend en vooral erg grappig.


Zoals blijkt is op een zandbodem vaak veel meer en ook bijzonder leven te vinden dan je zou verwachten, dus niks 'muck' diving!

fig. 10h  Typische dreighouding. Soort Kleine zeekat, Sepiola species (EN: Dwarf bobtail-species). Triëst, Italië, 5-9-2017.

Nog wat technische gegevens. Ik heb gedoken tot maximaal 12 en gemiddeld 6 meter diep. Duiken van 1½ tot 2 uur haal je met 200 bar makkelijk. Het zicht was tussen de 2 en 10 meter, de temperatuur in september 22 tot 24º. Ik gebruikte mijn eigen apparatuur en liet mijn flessen vullen (hier tot maximaal 230 bar) bij Bignamisub. Zij schijnen ook apparatuur te verhuren.

Dank


Ik dank Jeroen Goud (Naturalis Biodiversity Center, Leiden) voor zijn uitgebreide reactie op de door mij o.a. op Facebook gestelde vragen over Sepiola's.

Literatuur & weblinks

  • Bello, G., 2013. Description of a new sepioline species, Sepiola bursadhaesa n. sp. (Cephalopoda: Sepiolidae), from the Catalan Sea, with remarks and identification key for the Sepiola atlantica group. Scientia Marina. 77. 489-499. 10.3989/scimar.03720.31A. Klik HIER voor de PDF.
  • Groenenberg, D. & Goud, J. & De Heij, A. & Gittenberger, E., 2009. Molecular phylogeny of North Sea Sepiolinae (Cephalopoda: Sepiolidae) reveals an overlooked Sepiola species. Journal of Molluscan Studies - J MOLLUS STUD. 75. 361-369. 10.1093/mollus/eyp032. Klik HIER voor de PDF.
  • Heij, A. de, Goud, J. & Martin, J., 2017. Sepiolidae in the Northeast Atlantic Ocean, Basteria 81(1-3).
  • MarLIN: The Marine Life Information Network.
  • WoRMS: World Register of Marine Species